veel gestelde vragen in english

Klimaatprojecten

Dorp Gundalapalli – Ashwathamma

Op een zonovergoten erf, waar de was verspreid te drogen hangt in struikjes, laaghangende takken en over muurtjes, rust Ashwathamma even uit van de inspanningen eerder op de ochtend. Samen met haar zoon Nanjundappa en schoondochter Padhamavathamma zit ze op het stoepje van hun woning te keuvelen over de dingen van alle dag. De jongste van de twee kleinzonen, Girisha van 12,  heeft nog teveel energie om stil te zitten en is druk in de weer met de pasgeboren kuikens. Het geheel doet gemoedelijk aan en lijkt in niets op het zware leven dat Ashwathamma lange tijd heeft gekend.

Weduwe Ashwathamma
Ashwathamma komt uit Gundalapalli, een dorp in de buurt van Bagepalli. Ashwathamma, nu 58 jaar, werd op 22 jarige leeftijd weduwe. Haar zoon en enig kind was nog maar vier jaar oud toen haar echtgenoot overleed en ze er alleen voor kwam te staan. In het hindoeïsme is het gebruikelijk dat een weduwe zich een ingetogen leefstijl eigen maakt en zich onopvallend in de samenleving gedraagt. Haar trouwketting, de traditionele thali met daaraan doorgaans drie gouden hangers, legt ze af en ook zal ze geen teenringen meer dragen. Kleurrijke sari’s maken plaats voor pasteltinten en de rode stip op het voorhoofd en het rood in de haarscheiding behoren voortaan tot het verleden. Alle levendigheid en eigen identiteit wordt terzijde geschoven. Het ontroert Ashwathamma zichtbaar als ze daaraan terugdenkt. Als jonge vrouw had ze zoveel verwachtingen van het leven en ineens leek het alsof ze niet meer bestond of mocht bestaan. Maar het leven ging door. Omdat haar zoon nog te klein was om aan het werk te gaan, werkte zij als coolie (dagloner). In die tijd verdiende ze daar slechts 5 roepie per dag mee. De roepie was wel meer waard dan nu maar van rondkomen was nauwelijks sprake. Hout halen deed ze samen met andere vrouwen uit het dorp. Vanwege de aanwezigheid van bandieten die op de gouden sierraden uit waren, was het riskant om op eigen gelegenheid de heuvel op te gaan. Zij die dat wel deden, liepen het gevaar bestolen te worden van hun heilige thali. Hoewel Ashwathamma als weduwe geen thali meer draagt (ze demonstreert dat aan haar ketting alleen een huissleutel hangt), voelde ze zich door de nare ervaringen van andere vrouwen toch niet op haar gemak, daar op de heuvel.

Pinda’s en zijderupsen
Toen haar zoon trouwde en haar schoondochter bij hen introk, waren de extra paar handen voor alle huishoudelijke klussen meer dan welkom. De taak van het hout halen werd verdeeld. Eén dag in de week ging Ashwathamma samen met enkele buurvrouwen de heuvel op terwijl een andere dag in de week haar schoondochter, vergezeld door haar man, de taak op zich nam. Niet alleen het hout halen zelf nam veel tijd in beslag, ook het koken op hout was niet altijd even makkelijk, vooral omdat je er continue bij moest blijven. Sinds ze gebruik maken van biogas, wordt het koken gecombineerd met ander huishoudelijk werk. Beetje bij beetje zijn ze opgekrabbeld uit de armoede. Op een klein lapje eigen grond worden pinda’s verbouwd en sinds een aantal jaar kweken ze op bescheiden schaal zijderupsen. Naast de mest van hun twee koeien die net buiten het dorp staan te grazen, is de mest van de zijderups ideaal gebleken als brandstof voor de biogas installatie.

Een goede toekomst
Ashwathamma, Nanjundappa en Padhamavathamma kijken tevreden in de richting van de speelse Girisha. Zijn twee jaar oudere broer is voor computerles naar Bagepalli, 50 km verderop en met de bus al gauw een rit van anderhalf uur heen en ook weer anderhalf uur terug. Het doet de ouders en oma zichtbaar goed dat de jonge generatie het tegenwoordig wat makkelijker en kan genieten van het jong zijn.